Opvoedvraag: Mijn kind heeft moeite met het accepteren van grenzen

Opvoedvraag

Sinds een jaar beantwoord ik opvoedvragen voor het Belgisch Nieuwsblad. Omdat het voor mijn Nederlandse volgers niet erg voor de hand ligt om een abonnement te hebben op een Belgische krant, mag ik van het Nieuwsblad de vragen ook hier delen. Mocht jij ook een vraag hebben, laat hem dan hieronder achter in de reacties. Wie weet lees je hem dan over een tijdje terug hier.

“Mijn kind heeft moeite met het accepteren van grenzen. Als ik zeg dat iets niet mag, komt hij altijd met zoveel tegenargumenten en het gebeurt regelmatig dat ik uiteindelijk toch toegeef omdat hij vaak ook best een punt heeft. Maar als ik steeds toegeef, leert hij toch nooit accepteren dat nee nee is?”

Als je eenmaal een grens hebt gesteld is het voor je kind inderdaad duidelijker als deze grens gehandhaafd blijft. Op die manier ben je als ouder betrouwbaar en weet je kind waar hij aan toe is.

Dit wil trouwens niet zeggen dat je voortaan voet bij stuk moet houden bij alle grenzen die je stelt en niet open zou kunnen staan voor de argumenten van je kind. De truc is eigenlijk om eerst na te denken over de grens en vooraf al te inventariseren welke argumenten je kind heeft. Je zult dan misschien wel veel vaker ja zeggen maar doordat je het dan direct en uit volle overtuiging zegt, ben je niet aan het ‘toegeven’.

Je hoeft niet bang te zijn dat je daar verwende kinderen van krijgt die geen grenzen meer kunnen accepteren. Er blijven immers altijd situaties over waarin je als ouder toch nee zult zeggen.

Als een kind steeds ervaart dat een grens echt gehandhaafd blijft, maakt de frequentie waarin dat gebeurt niet veel uit. Ze leren meer van één echte grens per week dan van drie grenzen per dag waarvan er eentje toch overschreden mag worden.

Kinderen voelen vaak feilloos aan hoe overtuigd we zijn van onze eigen grenzen en zullen authentieke grenzen makkelijker accepteren. Mocht je kind toch blijven protesteren, dan kan het enorm helpen als je zijn gevoelens benoemt. ‘Je baalt er echt van hé, dat je nu geen ijsje krijgt.’ ‘Je bent verdrietig dat ik nu geen tijd heb om met je te spelen, dat snap ik.’ Op die manier ga je niet overstag en voelt je kind zich toch begrepen.

Overigens kan het heus geen kwaad als je af en toe toch een keer toegeeft nádat je nee hebt gezegd. ‘Oei, ik merk nu pas hoe belangrijk het voor je is. En je hebt inderdaad een punt. Voor deze keer ga ik akkoord.’ Hiermee leert je kind door jouw voorbeeldgedrag dat het ook mogelijk is om terug te komen op je eigen mening en om open te staan voor de argumenten van anderen. En daar is helemaal niks mis mee.

Herken jij bovenstaand voorbeeld? Of heb jij het gevoel dat veel dingen bij jouw kind net wat ingewikkelder verlopen dan bij andere kinderen? Dan zou het zomaar kunnen dat je een temperamentvol kind hebt. Ik geef hier regelmatig inspirerende workshops over. Hier vind je daar meer info over.

 

Laat een reactie achter