"Is dit niet veel te soft?" "Je moet gewoon wat strenger zijn." "Als je zoveel rekening met hem houdt, leert hij nooit omgaan met tegenslag." "Op school en later in de maatschappij houdt ook niemand zoveel rekening met hem." Ouders van temperamentvolle kinderen...
Ook heel interessant:
ADHD, autisme, hoogbegaafd of temperamentvol: in welk hokje past jouw kind?
"De juf zegt dat mijn zoon misschien ADHD heeft. Maar als ik jouw boek lees, denk ik: hij is gewoon temperamentvol. Wie heeft er nu gelijk?" In het kort: ADHD, autisme, hoogbegaafdheid en temperamentvol zijn geen losse hokjes. Ze lopen in elkaar over en kunnen...
Mijn kind is vooral gevoelig, maar komt nooit in opstand. Is hij dan temperamentvol?
In het kort: ja, dat kan. Er zijn temperamentvolle kinderen die naar buiten toe heel rustig zijn, maar vanbinnen alles net zo heftig beleven. Hun emmertje stroomt niet over, er gaat een deksel op. Ze trekken zich terug, worden stil, bang of nukkig. Juist deze...
Mijn kind heeft vooral een sterke wil. Is hij dan temperamentvol?
In het kort: dat kan heel goed. Ieder temperamentvol kind heeft zijn eigen mix van eigenschappen. Bij het ene kind springt de sterke wil eruit, en zijn de intensiteit en gevoeligheid er maar een klein beetje. Onder die sterke wil zit vaak een grote behoefte aan...
Peuterpuberteit of temperamentvol? Zo zie je het verschil
In het kort: iedere peuter ontdekt rond zijn tweede zijn eigen wil. Dat is gezond. Of jouw kind daarnaast temperamentvol is, hoef je niet precies te weten. Herken je je kind in veel van wat ik vertel? Dan heb je iets aan deze aanpak, want wat een temperamentvol...
Je partner vindt dat je strenger moet zijn? Zo worden jullie weer een team
Je kind ligt krijsend op de vloer, jij zit op je hurken naast hem, en achter je hoor je je partner zuchten. Zie je nou wel. Dat krijg je van dat softe gedoe.En heel even twijfel je. Is dat zo? Loopt hij over me heen? Maar van binnen voel je ook: als ik hier nu...
Kalm en geduldig blijven: geef jezelf ruimte om te groeien
Er zijn van die momenten waarop je het gevoel hebt dat je kind je compleet uitdaagt: Je bent op een feestje en je kind duwt een ander kind weg. Voor jou voelt het misschien gênant, maar dat duwen is geen koppigheid, maar dat je kind nog iets te oefenen heeft. Bij elke...
Steeds ruzie zoeken met haar broertje
"Onze sensitieve en temperamentvolle dochter (8 jaar) doet onaardig tegen haar broertje (bijna 5). Haar toon tegen hem is vaak hard en naar. Ook kan ze enorm op hem gefocust zijn en zich aan alles irriteren. Ze is meer een verborgen temperamentvol meisje: erg gericht...
Video: Ruzie zoeken met broertje
Herken je dat? Dat je ene kind al boos is als je andere kind alleen al naar hem kijkt? Dat het soms lijkt alsof je kinderen helemaal niks van elkaar kunnen verdragen en om het minste of geringste geïrriteerd zijn over wat de ander doet? Ook een lid van de...
3 Boekentips voor als je pittige pubers vol vuur hebt
Een temperamentvol kind is temperamentvol (duh!), of die nu 3 of 13 jaar oud is. Met kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 18 kan ik wel zeggen dat alles wat ik schrijf in mijn boek Temperamentvolle Kinderen zeker ook van toepassing is op onzekere, dwarse, pittige...
“De juf zegt dat mijn zoon misschien ADHD heeft. Maar als ik jouw boek lees, denk ik: hij is gewoon temperamentvol. Wie heeft er nu gelijk?”
Die vraag krijg ik bijna elke week. In een eerder blog schreef ik hoe ik daar als pedagoog naar kijk. Kort gezegd: ADHD, autisme, hoogbegaafdheid en temperamentvol zijn geen losse hokjes. Ze lopen in elkaar over, kunnen tegelijk voorkomen, en het gedrag van een kind vertelt je niet altijd waar het vandaan komt.
Met temperamentvol bedoel ik kinderen die gevoeliger, intenser en opmerkzamer zijn, in combinatie met een sterke wil. Geen diagnose, maar een beschrijving van een combinatie van eigenschappen waarin veel ouders hun kind herkennen.
Misschien ben jij iemand die, net als ik, altijd nieuwsgierig blijft naar wat er over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd wordt. Of werk je als professional met deze kinderen. Dan heb ik in dit blog zo goed mogelijk op een rij gezet wat er, voor zover ik weet, op dit moment bekend is.
Ik probeer daarbij onderscheid te maken tussen wat onderzoek laat zien, hoe je dat kunt interpreteren, en mijn eigen pedagogische visie. Die visie werk ik uit met het beeld van het emmertje: ieder kind heeft een emmertje waar gedurende de dag druppels in vallen, en vier batterijtjes die opgeladen moeten zijn om goed in zijn vel te zitten. Dat is een praktische manier van kijken, geen wetenschappelijk gevalideerd verklaringsmodel. Losse onderdelen ervan sluiten wel aan bij onderzoek naar temperament, stress en emotieregulatie.
Verschillende soorten begrippen
ADHD en autisme zijn classificaties uit de DSM-5. Hoogbegaafdheid is geen classificatie maar een cognitief profiel. Temperamentvol beschrijft temperament. Begrippen als PDA en rejection sensitive dysphoria hebben geen officiële status. Die woorden staan dus niet op één lijn, en dat verklaart veel van de verwarring.
Een glijdende schaal
Een grote tweelingstudie uit 1997 concludeerde dat ADHD het best gezien kan worden als het uiterste van een gedrag dat bij de hele bevolking in meer of mindere mate voorkomt. Een Australische analyse uit 2006 kwam tot dezelfde conclusie: ADHD gedraagt zich eerder als een dimensie dan als een aparte categorie (Haslam e.a., 2006). Ook autistische kenmerken blijken in de algemene bevolking geleidelijk verdeeld te zijn, zonder scherpe scheiding (Constantino & Todd, 2003). Onderzoekers benadrukken daarbij dat de huidige diagnostische criteria in de praktijk wel bruikbaar blijven. Een diagnose is dan ook meer dan een afkappunt op één schaal: ook de ontwikkelingsgeschiedenis, kenmerken in meerdere situaties en beperkingen in het dagelijks functioneren tellen mee.
Hoe gevoelig de beoordeling van gedrag is, blijkt uit onderzoek naar leeftijd in de klas. In een Amerikaanse studie kregen kinderen die in augustus jarig zijn, net vóór de schoolgrens van 1 september en dus de jongsten van de klas, ruim 30 procent vaker een ADHD-diagnose dan klasgenoten die in september jarig zijn. Een internationale review vond dit effect in landen met veel én weinig diagnoses, al verschilt de grootte per land. Dat betekent niet dat al die extra diagnoses onterecht zijn, wel dat de leeftijd binnen de klas meeweegt in hoe gedrag wordt gezien. In Nederland is de grens minder hard, omdat de overstap naar groep 3 mede afhangt van de ontwikkeling van een kind. Maar ook hier kan het leeftijdsverschil binnen één klas oplopen tot ruim een jaar.
Temperamentsonderzoek
Het begrip temperamentvol bouwt voort op een lange traditie. De kinderpsychiaters Thomas en Chess volgden vanaf 1956 ruim honderd kinderen tot in de volwassenheid. Ongeveer tien procent paste in wat zij het ‘moeilijke’ temperament noemden. Hun belangrijkste inzicht: het gaat niet zozeer om het temperament zelf, maar om hoe goed het past bij de verwachtingen en de stijl van de omgeving. Zij noemden dat goodness of fit.
Temperament en ADHD
Studies laten consequent zien dat een hoog activiteitsniveau, veel negatieve emoties en weinig ‘effortful control’ (het vermogen om jezelf bewust bij te sturen) samenhangen met een groter risico op ADHD. Het gaat om statistische samenhang, niet om kenmerken waarmee je ADHD kunt vaststellen of uitsluiten. Heftige emotionele reacties staan niet in de officiële criteria, maar worden breed erkend als onderdeel van het beeld. Onderzoeker Joel Nigg beschrijft dat een stoornis soms het uiterste is van een temperamentstrek, en soms voortkomt uit een samenspel van kwetsbaarheid en omgeving.
Autisme en prikkels
Sinds 2013 noemt de DSM-5 over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels als mogelijk kenmerk van autisme. Ook mensen zonder autismediagnose kunnen prikkelgevoelig zijn. Prikkelgevoeligheid alleen is dus onvoldoende om autisme vast te stellen.
Hoogbegaafdheid en intensiteit
Er is geen eenduidige definitie van hoogbegaafdheid. In Nederland is het triadisch model van Renzulli en Mönks bekend, waarin aanleg samenwerkt met gezin, school en vrienden. De Nederlandse Delphi-definitie beschrijft een hoogbegaafde onder meer als “een sensitief en emotioneel mens, intens levend”. Dat is een definitie op basis van consensus onder deskundigen, geen onderzoeksuitkomst.
De overexcitabilities van Dabrowski worden vaak aangehaald. Een recente meta-analyse van twintig studies vond een verband met hoogbegaafdheid, het sterkst op intellectueel en het zwakst op emotioneel vlak. Werd hoogbegaafdheid alleen op intelligentie gemeten, dan was het verband niet significant. Bovendien waren de verschillen vooral zichtbaar bij middelbare scholieren, niet bij jongere kinderen of volwassenen, en zijn de effecten waarschijnlijk wat overschat doordat vooral positieve resultaten worden gepubliceerd. De onderzoekers adviseren voorzichtigheid. Hoogbegaafde kinderen zijn dus niet per definitie emotioneel gevoeliger of intenser dan andere kinderen.
Hoogbegaafdheid en ADHD hebben overlappende kenmerken, en een hoge intelligentie kan moeilijkheden deels compenseren. Hoe vaak ADHD bij hoogbegaafde kinderen ten onrechte wordt vastgesteld, of juist gemist, is onvoldoende onderzocht. En hoogbegaafdheid sluit ADHD niet uit.
Samen voorkomen
Pas sinds de DSM-5 in 2013 is een dubbele diagnose ADHD én autisme expliciet mogelijk. Een meta-analyse schatte dat ongeveer 28 procent van de mensen met autisme ook ADHD heeft, met flinke verschillen tussen studies. Andersom haalt ongeveer 21 procent van de kinderen en jongeren met ADHD in onderzoek de gebruikte drempelwaarde voor autisme.
Trauma, hechting en de overlap
Gedrag dat op ADHD of autisme lijkt, kan ook samenhangen met ingrijpende ervaringen of met problemen in de hechting. En het kan ook samen voorkomen.
Trauma en ADHD. Gevolgen van traumatische stress, zoals schrikachtigheid, prikkelbaarheid, onrust en moeite met concentreren, kunnen sterk lijken op kenmerken van ADHD. Een grote Amerikaanse studie onder ruim 76.000 kinderen, op basis van een landelijke gezondheidsenquête onder ouders, vond dat kinderen met ADHD vaker ingrijpende jeugdervaringen hadden meegemaakt. Hoe meer van zulke ervaringen, hoe groter de kans dat ouders een ADHD-diagnose meldden en de ADHD als ernstiger beoordeelden. Dat betekent niet dat trauma ADHD veroorzaakt. Het verband kan twee kanten op werken, en een kind kan allebei hebben. Wel pleiten de onderzoekers ervoor om bij onderzoek naar ADHD standaard te vragen naar ingrijpende ervaringen.
Ernstige verwaarlozing en autismeachtige kenmerken. Het Engels-Roemeense adoptieonderzoek volgde kinderen die als baby of peuter in ernstige deprivatie in Roemeense weeshuizen hadden geleefd. Wie daar langer dan zes maanden had gezeten, had tot in de jongvolwassenheid vaker autismeachtige kenmerken, ongeremd sociaal contact en onoplettendheid en overactiviteit dan een Britse vergelijkingsgroep. De onderzoekers spreken van quasi-autisme: het lijkt op autisme, maar heeft een andere oorsprong. Ook de onoplettendheid en overactiviteit vertoonden veel overeenkomsten met ADHD. Het gaat hier wel om extreme omstandigheden die voor de meeste gezinnen niet aan de orde zijn.
Hechtingsstoornis of autisme? De DSM-5 kent twee hechtingsstoornissen: de reactieve hechtingsstoornis, en een stoornis waarbij een kind juist zonder terughoudendheid contact zoekt met vreemden. Die ontstaan na ernstige verwaarlozing of mishandeling, autisme niet. In een Schotse studie leken 36 van de 58 autistische kinderen op basis van ouderlijsten aan de kerncriteria van een reactieve hechtingsstoornis te voldoen. Gestructureerde observatie liet bij op één na alle kinderen zien dat het om autisme ging. De sociale moeilijkheden leken op elkaar, maar de kwaliteit van het contact verschilde.
Wat ik hieruit haal: gedrag alleen vertelt je niet waar het vandaan komt. Daarom kijken zorgvuldige diagnostici altijd ook naar de ontwikkelingsgeschiedenis, de omstandigheden en het gedrag in verschillende situaties.
PDA
Elizabeth Newson introduceerde de term in de jaren tachtig. Veel mensen spreken nu liever van persistent of pervasive drive for autonomy. Het begrip staat niet in de DSM-5 of de ICD-11. Britse autismeonderzoekers concludeerden in The Lancet Child & Adolescent Health dat de onderbouwing voor PDA als apart syndroom ontbreekt, maar dat het wel wijst op echte moeilijkheden voor gezinnen. Een recente vragenlijststudie onder bijna 800 ouders vond dat het vermijden van eisen in alle groepen samenhing met angst en autistische kenmerken. Bij kinderen met een PDA-profiel speelde daarnaast prikkelgevoeligheid een opvallende rol: sommige kinderen zijn bijvoorbeeld erg gevoelig voor aanraking of zoeken juist veel prikkels op. Bij kinderen zonder autismediagnose hing het vermijden van eisen vooral samen met moeite met onzekerheid.
Afwijzingsgevoeligheid
Rejection sensitive dysphoria is vooral door psychiater William Dodson op de kaart gezet, op basis van zijn praktijkervaring en met weinig formeel onderzoek als onderbouwing. Het is geen officiële diagnose en geen officieel ADHD-symptoom. Een recente scoping review vond twaalf relevante studies naar reacties op afwijzing bij autistische volwassenen. Die laten zien dat sommigen afwijzing als zeer ingrijpend ervaren, maar door uiteenlopende definities en wisselende onderzoeksresultaten is nog onduidelijk of RSD een afzonderlijk verschijnsel is. In het Tijdschrift voor Psychiatrie pleit dezelfde onderzoeker ervoor om liever te spreken over afwijzingsgevoeligheid als een spectrum. Wel goed onderzocht is dat naar schatting 25 tot 45 procent van de kinderen met ADHD moeite heeft met het reguleren van emoties. Dat is breder dan gevoeligheid voor afwijzing, maar raakt er wel aan.
Gevoelig voor slecht én goed
Onderzoekers als Belsky en Pluess beschrijven differentiële gevoeligheid. In vragenlijstonderzoek wordt naar schatting 20 tot 35 procent van de kinderen als hoog omgevingsgevoelig ingedeeld. Baby’s met een ‘moeilijk’ temperament hadden in een aantal studies later meer problemen bij tekortschietende zorg, maar juist minder problemen en meer sociale vaardigheden dan andere kinderen bij zorg van hoge kwaliteit. Dat patroon is niet in elk onderzoek teruggevonden.
Juist kinderen die extra gevoelig zijn voor een moeilijke omgeving, kunnen ook extra profiteren van een passende omgeving.
Wat levert een diagnose op, en wat niet?
Over de waarde van een diagnose is veel geschreven, met argumenten aan beide kanten.
Wat het oplevert. In een overzicht van kwalitatieve studies voor de Britse richtlijn (NICE) noemden mensen met ADHD en hun ouders veel voordelen: een beter zelfbeeld doordat hun moeilijkheden erkend werden, meer zelfinzicht, en minder stigma rond hun kind. Een systematische review naar ervaringen van volwassenen die een autismediagnose kregen, laat zien dat een diagnose kan bijdragen aan zelfinzicht, acceptatie en verbondenheid, al worden ook nadelen zoals stigma en onvoldoende ondersteuning beschreven. Ouders van autistische kinderen beschrijven opluchting omdat ze eindelijk een naam hadden voor wat ze zagen, en niet langer het gevoel hadden dat het aan hun opvoeding lag.
De kanttekeningen. Een systematische scoping review van 334 studies vond overtuigend bewijs voor overdiagnose van ADHD bij kinderen en jongeren. Vooral bij mildere klachten kunnen de nadelen van een diagnose volgens de auteurs mogelijk zwaarder wegen dan de voordelen, hoewel daar nog weinig direct onderzoek naar is gedaan. Een meta-analyse in JAMA Psychiatry liet zien dat het meetbare verschil tussen mensen met en zonder autisme in de loop der jaren is afgenomen, in vijf van zeven onderzochte domeinen met 45 tot 80 procent. De onderzoekers waarschuwen dat een steeds bredere definitie van autisme het moeilijker kan maken om de onderliggende mechanismen te begrijpen. Een label kan ook de blik van de omgeving kleuren: in een experiment leidde het label ADHD bij leerkrachten tot negatievere verwachtingen en minder vertrouwen in hun eigen vermogen om het kind les te geven. De resultaten van zulke labelstudies zijn overigens niet eenduidig.
In Nederland. De Gezondheidsraad wees in 2014 op een ervaren diagnosedruk vanuit ouders, onderwijs en zorg. Als mogelijke oorzaken van de groei noemde de raad onder meer toegenomen prestatiedruk en minder tolerantie voor afwijkend gedrag. Onder passend onderwijs is een diagnose in principe niet meer nodig om ondersteuning op school te krijgen.
Een nieuw Engels rapport. Op 9 oktober 2026 verscheen in Engeland een groot onafhankelijk overheidsrapport onder leiding van psycholoog Peter Fonagy. Het pleit voor een omslag van een systeem waarin hulp afhangt van een diagnose, naar een systeem dat uitgaat van behoeften, mét diagnostiek waar dat nodig is: needs-led plus diagnosis. Opvallend is dat het aantal verwijzingen en diagnoses voor ADHD en autisme daar sterk is gestegen, terwijl het vóórkomen in de bevolking volgens het rapport ongeveer gelijk lijkt te blijven.
Wat ik hieruit haal: een diagnose kan veel opleveren, zeker als de problemen ernstig zijn. Maar het is geen eindpunt. Ondersteuning en diagnostiek vullen elkaar aan, en de vraag wat dit kind nodig heeft en wat de omgeving kan aanpassen, blijft altijd bestaan.
Jouw kijk
Ben jij professional en werk je met deze kinderen? Dan ben ik heel benieuwd hoe jij hiernaar kijkt. Misschien zie je dingen die ik over het hoofd zie. Misschien ken je onderzoek dat ik nog niet ken. Of misschien kijk je er vanuit jouw vakgebied gewoon net anders naar. Ik hoor het heel graag.
Want uiteindelijk willen we volgens mij allemaal hetzelfde: de wereld een stukje fijner maken voor alle kinderen die niet helemaal gemiddeld zijn.
Bronnen
- American Psychiatric Association (2013). DSM-5.
- Thomas, A. & Chess, S. (1977). Temperament and Development.
- Levy, F. e.a. (1997). ADHD: a category or a continuum? J. Am. Acad. Child Adolesc. Psychiatry.
- Haslam, N. e.a. (2006). The latent structure of ADHD. Aust. N. Z. J. Psychiatry.
- Constantino, J.N. & Todd, R.D. (2003). Autistic traits in the general population: a twin study. Archives of General Psychiatry, 60(5), 524–530. https://doi.org/10.1001/archpsyc.60.5.524
- Whitely, M. e.a. (2018). ADHD late birthdate effect. J. Child Psychol. Psychiatry.
- Layton, T. e.a. (2018). ADHD and month of school enrollment. NEJM.
- Nigg, J.T. (2006). Temperament and developmental psychopathology. J. Child Psychol. Psychiatry.
- Lai, M.-C. e.a. (2019). Prevalence of co-occurring mental health diagnoses in the autism population: a systematic review and meta-analysis. Lancet Psychiatry, 6(10), 819–829.
- Hollingdale, J. e.a. (2020). Autistic spectrum disorder symptoms in children and adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder: a meta-analytical review. Psychological Medicine, 50(13), 2240–2253. https://doi.org/10.1017/S0033291719002368
- Olszewski-Kubilius, P. e.a. (2026). A meta-analysis of research on the relationship between overexcitabilities and giftedness. Gifted Child Quarterly, 70(2), 111–138. Online verschenen in oktober 2025.
- Mönks, F. & Ypenburg, I. Hoogbegaafdheid bij kinderen.
- Kooijman-van Thiel, M. (red.) (2008). Hoogbegaafd. Dat zie je zo!
- Webb, J.T. e.a. Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid.
- Green, J. e.a. (2018). PDA: symptoms but not a syndrome. Lancet Child & Adolescent Health.
- Rai, A.J. e.a. (2026). Sensory reactivity and intolerance to uncertainty: What characterises demand avoidance behaviours in children and adolescents with pathological demand avoidance? Research in Autism, 131, 202816. https://doi.org/10.1016/j.reia.2026.202816
- van Asselt, A., Reekers, D. & Roke, Y. (2026). Rejection Sensitivity Dysphoria in Autistic Adults: A Scoping Review. Neurodiversity, 4, 1–12. https://doi.org/10.1177/27546330261441753
- van Asselt, A. (2026). Rejection sensitivity dysphoria. Tijdschrift voor Psychiatrie, 68(3).
- Shaw, P. e.a. (2014). Emotion dysregulation in attention deficit hyperactivity disorder. American Journal of Psychiatry, 171(3), 276–293. https://doi.org/10.1176/appi.ajp.2013.13070966
- Belsky, J. & Pluess, M. (2009). Differential susceptibility to environmental influences. Psychological Bulletin.
- Pluess, M. & Belsky, J. (2009). Differential susceptibility to rearing experience: the case of childcare. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 50(4), 396–404. https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01992.x
- Pluess, M. e.a. (2018). Environmental sensitivity in children: Development of the Highly Sensitive Child Scale and identification of sensitivity groups. Developmental Psychology, 54(1), 51–70. https://doi.org/10.1037/dev0000406
- Kazda, L. e.a. (2021). Overdiagnosis of ADHD in children and adolescents: a systematic scoping review. JAMA Network Open.
- Rødgaard, E.-M. e.a. (2019). Temporal changes in effect sizes of studies comparing individuals with and without autism. JAMA Psychiatry.
- Ohan, J. e.a. (2011). Teachers’ and education students’ perceptions of children with and without the diagnostic label ADHD. Journal of School Psychology.
- NICE (2018). Evidence reviews: information and support for people with ADHD.
- Nayyar, J.M. e.a. (2025). Exploring lived experiences of receiving a diagnosis of autism in adulthood: A systematic review. Autism in Adulthood, 7(1), 1–12. https://doi.org/10.1089/aut.2023.0152
- Gezondheidsraad (2014). ADHD: medicatie en maatschappij.
- Fonagy, P. e.a. (2026). Independent review into prevalence and support for mental health conditions, ADHD and autism in England. UK Government.
- Brown, N.M. e.a. (2017). Associations between adverse childhood experiences and ADHD diagnosis and severity. Academic Pediatrics, 17(4), 349–355.
- Sonuga-Barke, E.J.S. e.a. (2017). Child-to-adult neurodevelopmental and mental health trajectories after early life deprivation: the young adult follow-up of the longitudinal English and Romanian Adoptees study. The Lancet, 389, 1539–1548.
- Davidson, C. e.a. (2015). Social relationship difficulties in autism and reactive attachment disorder: improving diagnostic validity through structured assessment. Research in Developmental Disabilities, 40, 63–72.
Ook heel interessant:
Is dit niet veel te soft? Over afstemmen, oprekken en krachtig leiding geven
"Is dit niet veel te soft?" "Je moet gewoon wat strenger zijn." "Als je zoveel rekening met hem houdt, leert hij nooit omgaan met tegenslag." "Op school en later in de maatschappij houdt ook niemand zoveel rekening met hem." Ouders van temperamentvolle kinderen...
ADHD, autisme, hoogbegaafd of temperamentvol: in welk hokje past jouw kind?
"De juf zegt dat mijn zoon misschien ADHD heeft. Maar als ik jouw boek lees, denk ik: hij is gewoon temperamentvol. Wie heeft er nu gelijk?" In het kort: ADHD, autisme, hoogbegaafdheid en temperamentvol zijn geen losse hokjes. Ze lopen in elkaar over en kunnen...
Mijn kind is vooral gevoelig, maar komt nooit in opstand. Is hij dan temperamentvol?
In het kort: ja, dat kan. Er zijn temperamentvolle kinderen die naar buiten toe heel rustig zijn, maar vanbinnen alles net zo heftig beleven. Hun emmertje stroomt niet over, er gaat een deksel op. Ze trekken zich terug, worden stil, bang of nukkig. Juist deze...
Mijn kind heeft vooral een sterke wil. Is hij dan temperamentvol?
In het kort: dat kan heel goed. Ieder temperamentvol kind heeft zijn eigen mix van eigenschappen. Bij het ene kind springt de sterke wil eruit, en zijn de intensiteit en gevoeligheid er maar een klein beetje. Onder die sterke wil zit vaak een grote behoefte aan...
Peuterpuberteit of temperamentvol? Zo zie je het verschil
In het kort: iedere peuter ontdekt rond zijn tweede zijn eigen wil. Dat is gezond. Of jouw kind daarnaast temperamentvol is, hoef je niet precies te weten. Herken je je kind in veel van wat ik vertel? Dan heb je iets aan deze aanpak, want wat een temperamentvol...
Je partner vindt dat je strenger moet zijn? Zo worden jullie weer een team
Je kind ligt krijsend op de vloer, jij zit op je hurken naast hem, en achter je hoor je je partner zuchten. Zie je nou wel. Dat krijg je van dat softe gedoe.En heel even twijfel je. Is dat zo? Loopt hij over me heen? Maar van binnen voel je ook: als ik hier nu...
Kalm en geduldig blijven: geef jezelf ruimte om te groeien
Er zijn van die momenten waarop je het gevoel hebt dat je kind je compleet uitdaagt: Je bent op een feestje en je kind duwt een ander kind weg. Voor jou voelt het misschien gênant, maar dat duwen is geen koppigheid, maar dat je kind nog iets te oefenen heeft. Bij elke...
Steeds ruzie zoeken met haar broertje
"Onze sensitieve en temperamentvolle dochter (8 jaar) doet onaardig tegen haar broertje (bijna 5). Haar toon tegen hem is vaak hard en naar. Ook kan ze enorm op hem gefocust zijn en zich aan alles irriteren. Ze is meer een verborgen temperamentvol meisje: erg gericht...
Video: Ruzie zoeken met broertje
Herken je dat? Dat je ene kind al boos is als je andere kind alleen al naar hem kijkt? Dat het soms lijkt alsof je kinderen helemaal niks van elkaar kunnen verdragen en om het minste of geringste geïrriteerd zijn over wat de ander doet? Ook een lid van de...
3 Boekentips voor als je pittige pubers vol vuur hebt
Een temperamentvol kind is temperamentvol (duh!), of die nu 3 of 13 jaar oud is. Met kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 18 kan ik wel zeggen dat alles wat ik schrijf in mijn boek Temperamentvolle Kinderen zeker ook van toepassing is op onzekere, dwarse, pittige...
Wil je op de hoogte blijven?
Meld je aan voor de nieuwsbrief.
Eva Bronsveld, grondlegger van het gedachtegoed temperamentvolle kinderen, deelt elke zondagochtend een inspirerende nieuwsbrief vol praktische tips, herkenbare verhalen en inzichten over het opvoeden en begeleiden van temperamentvolle kinderen.
Wil je graag meer rust, begrip en handvatten in de opvoeding? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief en ontvang waardevolle inspiratie rechtstreeks in je mailbox.










